Voka
las drie boeken en bespreekt ze voor u: "Loonvorming & collectief
overleg in België", "Informatie en raadpleging van werknemers bij
herstructurering" en "Schets van het Belgisch arbeidsrecht".
Loonvorming & collectief overleg in België
E. Doutrepont, Loonvorming & Collectief overleg in België, die Keure, Business & Economics, Brugge, 2008, 83 pp.
Het proces van de loonvorming
“Arbeidsverhoudingen zijn machtsverhoudingen.” Met dat adagium
maakte professor arbeidsrecht Roger Blanpain zijn studenten steeds
duidelijk dat arbeidsvoorwaarden het resultaat zijn van een machtstrijd
en dus niet steeds zo rationeel zijn. Dat wordt treffend geïllustreerd
in het boekje “Loonvorming en collectief overleg in België” van
Emmanuel Doutrepont. De directeur sociale zaken van Fevia, de
sectorfederatie voor de voedingsnijverheid, wil vanuit zijn jarenlange
praktijkervaring een bijdrage leveren aan meer inzicht in de
collectieve loononderhandelingen.
Opdracht geslaagd. Meer zelfs: hij geeft niet enkel inzicht in het
proces maar maakt meteen ook het proces van de loonvorming in België.
De rationaliteit is zo ver te zoeken dat het huidige loonproces de
toekomst van ondernemingen bedreigt.
Doutrepont gaat in op een waaier van technieken voor de toekenning
van loonvoordelen die voorwerp zijn van collectief overleg:
loonschalen, premies, indexering, reële loonsverhogingen, aanvullende
uitkeringen (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, pensioenen),
maaltijdcheques en andere vormen van fiscaal en parafiscaal
vrijgestelde cheques, tot de syndicale premie, vrijgevigheden of bonus.
Ook de arbeidsduur vermeldt hij terecht als een techniek van
loonvoordeel: arbeidsduurverkorting met behoud van loon impliceert een
loonsverhoging, en omgekeerd. Met concrete voorbeelden en tips
geeft hij mogelijkheden en beperkingen aan.
Maar tal van loonvoordelen blijven onbesproken, vooral de waaier van
voordelen in natura, van bedrijfswagens, mobiliteitsvergoedingen, over
gsm, pc tot kinderopvang, strijkhulp, of cafetariaplannen waarbij
werknemers zelf een voordelenpakket samenstellen. Dat soort voordelen
laat zich moeilijk inpassen in collectief overleg, zeker niet in een
collectief overlegstelsel dat de jongste 40 jaar geen noemenswaardige
modernisering heeft ondergaan.
Waar Doutrepont dan toch ingaat op het bonusstelsel, als moderne
vorm van vergoeding gebonden aan prestaties, betreft het de recente
formule van de collectieve bonus. Dat stelsel was inderdaad dan toch
een stap in de richting van resultaatsgebonden verloning, zij het
collectief, maar is alsnog geen groot succes.
De auteur legt doorheen zijn bijdrage de vinger op de wonde: tal van
tradities en praktijken uit het loonoverleg zijn achterhaald en passen
niet in een modern loonbeleid. Vooral langs vakbondszijde lijkt men
vast te houden aan achterhaalde visies. Vakbonden verkiezen in naam van
de gelijkheid zoveel mogelijk lineaire loonvoordelen - gelijke opslag
voor iedereen - boven een loonbeleid in functie van prestaties van
bedrijven of werknemers, al zijn die laatsten vaak gewonnen voor
prestatiegebonden verloning.
Vakbonden houden vast aan de visie dat werknemers vergoed moeten
worden voor de tijd die ze ter beschikking stellen van de werkgevers,
veeleer dan de toegevoegde waarde die ze leveren. Vakbonden houden vast
aan loonschalen (barema’s) gebaseerd op anciënniteit of leeftijd,
waarbij ze blijven uitgaan van de (achterhaalde) idee van een
levenslang contract met dezelfde werkgever volgens hetwelk een laag
loon bij het begin van de loopbaan gecompenseerd wordt met een hoger
loon aan het einde. De automatische loonindexering is voor de vakbonden
een heilige koe, die maakt dat de lonen zelfs met een loonnorm vaak
ontsporen, waardoor jobs sneuvelen.
Vakbonden bieden weerstand tegen algemene lastenverlagingen, zodat
steeds meer loonvoordelen worden geboden in de vorm van (para)fiscaal
vrijgestelde cheques: na de maaltijdcheques, nu ook de
ecocheques. Zo'n cheques botsen met het principe dat loon in geld
moet uitgekeerd worden, dus vrij besteedbaar moet zijn, een
verworvenheid uit de 19de eeuw. En vakbonden blijken nog steeds niet
overtuigd van het nut van aanvullende pensioenen als loonvoordeel: de
idee om aanvullende pensioenen aan te moedigen, sloeg in het
interprofessioneel akkoord 2009-2010 niet aan.
De verstarring van het huidige loonvormingsproces wordt treffend
geïllustreerd in het tweede deel van het boek, over het juridisch
kader voor collectieve loononderhandelingen. Er zijn de minimumlonen,
de loonnorm, de beperkte bruikbaarheid van technieken om af te wijken
van sectorale akkoorden, het onderscheid tussen arbeiders en bedienden.
En dan heeft de auteur het nog niet over de versnippering van de
loonvorming over een waaier van paritaire comités, geënt op de foto van
het economisch weefsel van decennia geleden die mijlenver staat van de
huidige economische realiteit.
Jan Van Doren, adjunct-directeur Voka-kenniscentrum
Informatie en raadpleging van werknemers bij herstructurering
Johan Peeters, Informatie en raadpleging van werknemers bij herstructurering, Intersentia, Antwerpen, 2009, 718 blz
Het boek van Johan Peeters over het recht op informatie en
raadpleging van werknemers bij herstructurering vormt het proefschrift
waarmee hij in 2008 promoveerde tot doctor in de rechtsgeleerdheid aan
de Universiteit Antwerpen, niet echt bedoeld dus voor de doorsnee
medewerker van de personeelsdienst. Die zal er alleszins niet in
vinden wat de wetgever wanneer van hem verlangt in geval van
herstructurering. Op dat punt treden wij de auteur bij wanneer die
stelt dat “de kwantiteit aan regels omgekeerd evenredig is met hun
kwaliteit”.
Wel zal het boek de rechtsbeoefenaar aanspreken die
geïnteresseerd is in de dimensie van de herstructureringsproblematiek
en zal het vooral de vakbonden kunnen bekoren. Zo pleit de auteur in
geval van niet-naleving van de informatieverplichting voor een meer
afdoende sanctionering waarbij hij het doorbreken van de ontslagmacht
van de werkgever voorstelt. Dan rijzen bij Voka de haren ten berge.
Gelukkig neemt de auteur gas terug, beseffend dat “een dergelijke
démarche bestaande evenwichten kan verstoren en dus beter ingebed wordt
in een globale hervorming van het Belgisch ontslagrecht”.
Gianni Duvillier
Schets van het Belgisch arbeidsrecht
Daniël Cuypers, Schets van het Belgische arbeidsrecht, Intersentia, Antwerpen, 2009, 209 blz
Dit boek is bedoeld voor economiestudenten. De auteur doceert immers
sinds 1993 aan de faculteit TEW in Antwerpen. Het betreft geen
uitputtende uiteenzetting van het arbeidsrecht in al zijn details, maar
wel een inleiding die inzicht bijbrengt in de voornaamste leerstukken
van het arbeidsrecht. De docent volgde bij het selecteren van
onderwerpen de smaak van zijn studenten. In dit geval betekent dat veel
aandacht voor de problematiek van de arbeidscontracten. Collectief
arbeidsrecht komt daarentegen minder aan bod. Het boek is bovendien
bedoeld als spiegelbeeld van een introductie tot het Human Resources
Management.
Lectuur van dit werk leidt tot de ontwikkeling van volgende competenties:
- kennis van de belangrijkste juridische spelregels en het institutionele kader voor HRM;
- inzicht
in de basisregels van tewerkstelling en in de juridische instrumenten
voor een flexibel personeelsbeleid met begrip voor de beperkingen in
een sterk gereglementeerde Belgische arbeidsmarkt in Europese context;
- inzicht in de basisregels van het Belgisch arbeidsrecht en de basisregels van het Europees sociaal recht;
- inzicht in de werking van het sociaal overleg;
- inzicht
in de voornaamste knelpunten inzake arbeidscontracten (aanwerving,
tewerkstelling, ontslag) met het oog op doorverwijzing naar
specialisten;
- inzicht in de basisbeginselen van de Belgische sociale zekerheid inzake bijdragebetaling;
- basisvaardigheid in het oplossen van concrete praktische problemen in het arbeidsrecht.
Gianni Duvillier
Auteur : Jan Van Doren en Gianni Duvillier - adviseurs Kenniscentrum
Bron : talent@voka 8 - juni 2009